Hoe je passende vriendschappen faciliteert voor je hoogbegaafde kinderen

Doel: hechte vriendschappen, verbondenheid.

 

Achtergrond.

Contacten waarbij je jezelf kunt zijn, zijn van groot belang voor het ontwikkelen van een positief zelfbeeld en het ontwikkelen van goede sociale vaardigheden.

Toch valt het voor hoogbegaafde kinderen niet altijd mee om vriendjes of vriendinnetjes te vinden waar het mee klikt.  Vaak lopen ze niet alleen cognitief, maar ook sociaal voor op hun leeftijdgenoten. Uit onderzoek blijkt dat hoogbegaafde kinderen soms enkele jaren voorlopen als het gaat op hun beleving en verwachtingen van vriendschap.

 

De normale ontwikkeling van vriendschap verloopt volgens Selman ongeveer als volgt:

Fase 1 (3-6 jaar): “Ik wil het op mijn manier”. 
Een vriend is een vluchtig speelkameraadje; iemand die toevallig op dat moment beschikbaar is en waar je lol mee kan hebben.

 

Fase 2  (5-9 jaar) Eenrichtingsverkeer: “What’s in it for me?”
Vriendschap gaat verder dan het toevallige contact van fase 1 maar is nog zeer pragmatisch. “Een vriend is iemand die iets leuks voor je doet”. Ze kunnen zich nog niet goed inleven in het perspectief van de ander en zijn nog niet zo bezig met iets voor een ander te doen. Vriendschap wordt in deze fase ook ingezet als onderhandelingsmiddel “Ik ben je vriend af als jij niet ……..”

 

Fase 3  (8-10 jaar) Tweerichtingsverkeer: “Houd je aan de regels”
In deze fase kunnen kinderen zich naast hun eigen perspectief ook al inleven in het perspectief van een ander, maar dat lukt ze nog niet tegelijkertijd. Ze switchen van het ene perspectief naar het andere.
Eerlijkheid en wederkerigheid zijn in deze fase erg belangrijk maar worden nog op een rigide manier bekeken. Als jij iets aardigs doet voor een ander, moet die ander ook op korte termijn iets aardigs terug doen. Zo niet dan is dat niet eerlijk en kan dat het einde van de vriendschap betekenen.
In deze ontwikkelingsfase wordt soms veel onderhandeld of je wel of niet bij een geheime club mag horen waarbij speciale regels en een codetaal horen.

 

Fase 4 (11-15 jaar) Gevoelens delen en voor elkaar zorgen.
In deze fase helpen vrienden elkaar en delen ze gevoelens met elkaar die ze niet met anderen delen. Ze sluiten compromissen. De score van wie wie helpt wordt minder bijgehouden dan in de vorige fase omdat ze oprecht willen dat hun vriend/vriendin gelukkig is.
In deze fase kunnen kinderen (vooral meisjes) erg bezitterig zijn en zich jaloers voelen als een vriend/vriendin ook met anderen omgaat.

 

Fase 5 (vanaf 16 jaar) Intimiteit
Vrienden gaan een blijvende verbintenis met elkaar aan gebaseerd op vertrouwen en onvoorwaardelijke acceptatie.

Als een hoogbegaafd kind deze ontwikkelingsfasen sneller doorloopt dan leeftijdgenoten kan dit tot veel onbegrip en isolement leiden. Zo kan een zesjarig hoogbegaafd kind al gericht zijn op “gevoelens delen en zorgen voor elkaar” (fase 4) maar omgaan met leeftijdsgenoten die vriendschap nog als éénrichtingsverkeer beleven en “jij bent vriend af” roepen als iets niet gaat zoals ze willen (fase 2). Dit normale gedrag passend bij een 6 jarige, kan dan diep kwetsend zijn voor het kind dat al uitgaat van blijvende diepe contacten.

Hoogbegaafde kinderen hebben daarom vaak een betere klik met kinderen van een paar jaar ouder. Maar hoe kom je met hen in contact als je bij alles (school, sportclub, enzovoort) op leeftijd wordt ingedeeld? En willen die oudere kinderen wel met een jonger kind spelen? Dat is toch niet cool en geeft veel trammelant?

Je kind heeft jou nodig om de bestaande kaders op te rekken en passende vriendschappen te ondersteunen en te faciliteren.

 

Werkwijze.

Stop met je alleen te richten op leeftijdgenoten.

Ga bewust op zoek naar activiteiten/clubjes waaraan verschillende leeftijdsgroepen deelnemen zodat je kind in contact kan komen met oudere kinderen. Denk bijvoorbeeld aan een schaakclub, de dierenbescherming, museumjeugduniversiteit, science- of creatieve workshops, de natuurclub enzovoort. Steeds meer universiteiten bieden programma’s aan voor intelligente tieners om vakken bij hen te volgen.
Veel hoogbegaafde kinderen voelen een grote maatschappelijke betrokkenheid. Een club waarbij zij kunnen bijdragen aan het “verbeteren van de wereld” kan hen helpen hier invulling aan te geven.

Wees je bewust wat oudere kinderen wel al mogen en jouw kind nog niet en bedenk wat nodig is om het contact in goede banen te leiden.

  • Bijvoorbeeld:
    Wat mag jouw kind wel/niet zelfstandig in het verkeer in vergelijking met de oudere kinderen? Wat kun je extra oefenen zodat jouw kind toch mee kan doen en waar ligt je grens?
    Welke games/films en dergelijke mag jouw kind nog niet zien/doen die oudere kinderen wel mogen?
    Hoe laat moet jouw kind thuis zijn?

Wees hier vooraf duidelijk over. Achteraf restricties opleggen voelt als falen en levert meer verzet op.

Ga op zoek naar specifiek aanbod voor hoogbegaafde kinderen. Waar het om gaat is dat ze andere kinderen treffen waarbij ze zichzelf kunnen zijn en zich niet voortdurend hoeven in te houden. Dat hoeven niet perse andere hoogbegaafde kinderen te zijn maar vaak maakt dat het contact wel veel makkelijker. Er zijn de volgende mogelijkheden om dit soort contact actief op te zoeken:

  • Plusklassen (binnen school of bovenschools)
  • Aansluiten bij verenigingen voor hoogbegaafden zoals Pharos, Hint Nederland, Choochem of Mensa.
  • Vele adviesbureaus organiseren excursies, kampen, verrijkingsactiviteiten voor hoogbegaafde kinderen en jongeren.
  • Hoogbegaafdenonderwijs

 

Tips en valkuilen.

Het aantal vrienden dat een kind nodig heeft om zich prettig te voelen kan per kind erg verschillen. Zie de blog over introversie en extraversie. Voor de één is één of twee goede vrienden genoeg, een ander heeft behoefte aan veel vrienden om zich heen. Toch is het voor iedereen belangrijk om zich verbonden te voelen.

 

Bronnen:
“Finding true peers”(2009) Maureen Neihart op website Gifted Today
“Children’s Growing Friendships” (2012) van Eileen Kennedy-Moore op website van Psychology Today


Geplaatst

in

door